De raad van de gemeente Waalwijk;
gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 17 februari 2004;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende "Verordening regelende de instelling en toekenning van de erepenning en het ereteken van de gemeente Waalwijk"
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Zowel de uitreiking van de erepenning als van het ereteken geschiedt op een door het college bepaalde wijze. Bij de uitreiking wordt aan de begiftigde een oorkonde overhandigd. Deze oorkonde vermeldt de redenen die tot toekenning hebben geleid.
Artikel 5
Elke toekenning van de erepenning en het ereteken wordt op de door het college te bepalen wijze geregistreerd.
Artikel 6
Aan de toekenning van de erepenning of het ereteken zijn voor de begiftigden geen rechten of verplichtingen verbonden.
Artikel 7
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 25 maart 2004
| DE RAAD VAN WAALWIJK | ||
| de griffier, | de voorzitter, | |
Toelichting op de verordening regelende de instelling en toekenning van de erepenning en het ereteken van de gemeente Waalwijk.
Op 28 juni 1984 heeft de gemeenteraad de “Verordening regelende de instelling en toekenning van de erepenning der gemeente Waalwijk” vastgesteld. Aangezien de erepenning slechts kan worden toegekend aan personen die zich jegens de gehele plaatselijke gemeenschap in hoge mate verdienstelijk hebben gemaakt, maar er daarnaast ook een behoefte bestaat aan een onderscheiding voor mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor een bepaald deel van de Waalwijkse gemeenschap, heeft de raad met de vaststelling van de aangepaste verordening op 25 januari 1996 besloten tot de instelling van een ereteken (naast de erepenning) voor deze categorie personen.
Artikel 1
Behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 2
In lid 1 is bepaald dat de erepenning slechts in zeer bijzondere gevallen wordt toegekend en wel als blijk van waardering en erkentelijkheid aan mensen, die zich jegens de plaatselijke gemeenschap in hoge mate verdienstelijk hebben gemaakt. Bedoeld is hier dat de verdienste voor de gehele plaatselijke gemeenschap van belang is geweest.
In lid 2 is bepaald dat het ereteken als blijk van waardering en erkentelijkheid wordt toegekend aan mensen, die zich jegens de plaatselijke gemeenschap als geheel, dan wel een gedeelte daarvan, in maatschappelijke, culturele of andere zin verdienstelijk hebben gemaakt. Zowel diegenen die zich voor de gehele gemeenschap verdienstelijk hebben gemaakt, maar niet in een zodanige mate dat een erepenning op zijn plaats is, als diegenen die zich voor een gedeelte van de Waalwijkse gemeenschap verdienstelijk hebben gemaakt, komen in aanmerking voor een ereteken.
Lid 3 maakt het mogelijk dat het ereteken bij gelegenheid van een bestaansjubileum (50, 75 of 100 jaar enz.) wordt toegekend aan rechtspersonen, die zich jegens de plaatselijke gemeenschap als geheel, dan wel een gedeelte daarvan, in maatschappelijke, culturele of andere zin verdienstelijk hebben gemaakt.
Middels het vierde lid wordt voorkomen dat er twee of meer onderscheidingen van gemeentewege kunnen worden toegekend. Het ereteken fungeert derhalve als een vangnet voor diegenen die anders niet in aanmerking voor een blijk van erkenning zouden komen.
Artikel 3
Het besluit tot toekenning wordt, na ambtelijke voorbereiding, toegekend door het college. De instelling van een afzonderlijke commissie is hiervoor niet nodig en ook niet gebruikelijk binnen de overheid.
Artikelen 4-7
Behoeven geen nadere toelichting.