| Home -> Medailles -> Militaire herinneringsmedailles -> Beloningspenningen van de Kompagniën Vrijwillige Jagers uit Utrecht, 1815 |
Ingesteld in 1850 door het stadsbestuur van Utrecht en uitgereikt aan de overlevenden van de Kompagnie Vrijwillige Jagers der Utrechtse Studenten.

Het betreft een ronde zilveren penning met een middellijn van 35 millimeter. Binnen een parelcirkel wordt het wapen van Utrecht, liggend op een gekroond schild, afgebeeld. Om de parelcirkel is, beginnend en eindigend bij een vijfbladige bloem, het rondschrift "KOMPE VRIJWILLIGE JAGERS DER UTRECHTSCHE STUDENTEN" te lezen.
Op de keerzijde staat, binnen een kran van oranje- en eikenloof, de tekst "VELDTOGT / 1815" te lezen.
Toestemming tot dragen van deze medaille op de militaire uniform kwam bij Koninklijk Besluit van 21 september 1851. Er zijn er volgens MMW ongeveer 30 verleend, Bax spreekt echter van 40.
Werd de medaille op de militaire uniform gedragen, dan hing zij van een oranje lint, ter breedte 37 millimeter.
Ingesteld op 15 november 1850 door Raad van de Stad Utrecht en later uitgereikt aan de overlevenden van de Kompagnie Vrijwillige Jagers te Paard No. 5.
Het betreft een ronde zilveren penning met een middellijn van 35 millimeter. Binnen een parelcirkel wordt het wapen van Utrecht, liggend op een gekroond schild, afgebeeld. Om de parelcirkel is, beginnend en eindigend bij een vijfbladige bloem, het rondschrift "KOMPAGNIE VRIJWILLIGE JAGERS TE PAARD NO5" te lezen.
Op de keerzijde staat, binnen een kran van oranje- en eikenloof, de tekst "VELDTOGT / 1815" te lezen.
Toestemming tot dragen van deze medaille op de militaire uniform kwam bij Koninklijk Besluit no. 52 van 21 september 1851. Er zijn er volgens MMW ongeveer 35 verleend, Bax spreekt van 42. Overigens spreken beide boeken over een penning van de Utrechtse Studenten. Er is echter geen andere connectie tussen de Studenten Jagers en de Compagnie Vrijwillige Jagers te Paard dan dat beide compagnië uit Utrecht kwamen.
Werd de medaille op de militaire uniform gedragen, dan hing zij van een oranje lint, ter breedte 37 millimeter.
Van deze medaille komt een miniatuur draagmedaille voor met een diameter van 17 millimeter. Zij vertoont op de voorzijde het gekroonde wapen zonder schild en parelcirkel en met het omschrift "KOMPG. VRIJWL. JAGERS TE PAARD NO.5".
Over deze medaille, het lint en de miniatuur is een brief bekend van de voormalige commandant van deze Kompagnie (E.W. van Dam van Isselt) aan I. Baron Taets van Amerongen van Woudenberg. Deze brief luidt:
's Gravenhage, den 5 November 1851.
Ik heb de Eer U te informeren, dat bij Besluit van Zijne Majesteit den Koning d.d. 21 September 1850 [1851 Sic] No. 52 op een daartoe door mij gedaan verzoek vergunning is verleend aan de nog overige Leden der voormalige compagnie Vrijwillige Jagers te Paard NO 5, in den jare 1815 te Utrecht opgerigt, tot het dragen eener herinnerings-medaille, hun tengevolge van een besluit van den Raad der Stad Utrecht van 15 November 1850 uitgereikt, onder bepaling, dat de medaille aan een Oranje-lint op de linkerborst zal worden gedragen, mits altijd de medaille met het lint en nimmer het lint zonder de medaille, noch ook de medaille op eene barette. |
"De Jagers van Van Dam", door W.E. van Dam van Isselt, z.j., blz. 203, 204
"Ridderorden, eereteekenen, draagteekens en penningen, betreffende de Weermacht van Nederland en Koloniën (1813-heden)", door dr. W.F. Bax, 1973
"Orders and Decorations of The Netherlands", door H.G. Meijer, C.P. Mulder en B.W. Wagenaar, 1984