Home -> Medailles -> Militaire herinneringsmedailles / Tiendaagse Veldtocht -> Eerepenning der Leidsche Jagers 1830-1831

Eerepenning der Leidsche Jagers 1830-1831

Studenten van de Leidse Universiteit vormden tijdens de Tiendaagse Veldtocht tegen België een Kompagnie Vrywillige Jagers der Leydsche Hoogeschool. Deze compagnie vertrok op 13 november 1830 richting België en keerde op 23 september 1831, met één man minder, weer terug in Leiden. Dit terugkeren werd die dag gevierd in de Pieterskerk te Leiden waarbij alle 227 man van de Kompagnie een zilveren penning uitgereikt kregen.

Deze zilveren penning, met een middellijn van 33 millimeter, vertoont aan de voorzijde een staande Minerva met helm en kuras. In haar linkerhand houdt ze een speer vast, terwijl ze met haar rechterhand een lauwerkrans uitreikt. Hieronder, in een kleine letter, "V D K. F." (Van der Kellen Fecit, gemaakt door D. van der Kellen). Langs de afsnede aan de bovenzijde werd de naam van de begiftigde gegraveerd.
De achterzijde vertoont binnen een krans van rozen, in acht regels, de volgende tekst: "HULDE / VAN / LEYDSCHE JONKVROUWEN / AAN / VADERLANDSLIEFDE / EN / HELDENMOED / 1830-1831". De 'heldenmoed' valt hier echter ver te zoeken, de enige schoten die de Kompagnie gelost heeft zullen waarschijnlijk tijdens het jagen voor voedsel zijn geweest.

Eerepenning der Leidsche Jagers 1830-1831

De penning kwam ook voor in brons en ijzer. Deze laatste zijn waarschijnlijk in Berlijn geslagen.

Hoewel de Kompagnie volgens dr. Bax uit 227 man bestond, spreken Meijer, Mulder en Wagenaar van 260 medailles. Het is mij niet bekend of dit inclusief de bronzen/ijzeren medailles is, of dat er mogelijk meer zilveren medailles geslagen zijn dan uitgereikt.


Literatuur

"Academia Lugduno Batava in Nummus", door mr. N.F. Hofstee, 1980
"Ridderorden, eereteekenen, draagteekens en penningen, betreffende de Weermacht van Nederland en Koloniën (1813-heden)", door dr. W.F. Bax, 1973
"Orders and Decorations of The Netherlands", door H.G. Meijer, C.P. Mulder en B.W. Wagenaar, 1984
Met dank aan de heer Johan van Heesch van het Penningkabinet van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel voor het leveren van de afbeelding!