Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven
Ook wel bekend als het Expeditiekruis. Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 13 van 19 februari 1869 (Staatsblad 24). Het wordt toegekend aan hen, die deel hebben genomen aan belangrijke krijgsverrichtingen.
Het is een vierarmig Berlijns zilveren kruis met een middellijn van 40 millimeter. In het midden van het kruis is een medaillon geplaatst. Hierop de afbeelding van Koning Willem III binnen een jarretel met het opschrift "VOOR KRIJGSVERRIGTINGEN". Tussen de armen van het kruis is een krans van eikenbladeren mét eikels. Op elk der armen is een "W" afgebeeld.
De keerzijde van het kruis is vlak.
In totaal zijn er twaalf verschillende versies van het modelkruis bekend. Enkele honderden variaties aan miniaturen zijn bekend.
Bij het kruis werden gespen toegekend, te dragen op het lint. In totaal zijn er 33 gespen ingesteld:
- "Bali 1846"
- "Bali 1848"
- "Bali 1849"
- "Borneo 1850-1854"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie naar de Westkust van Borneo.
- "Boni 1859"
- "Borneo 1859-1863"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie naar de Zuidoostkust van Borneo.
- "Guinea 1869-1870"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de marine-expeditie naar de Westkust van Afrika.
- "Deli 1872"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie naar de Zuidoostkust van Sumatra in de periode van 14 mei tot 6 november 1872.
- "Atjeh 1873-1874"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de Eerste en Tweede Atjeh-oorlogen in de periode van 5 april 1872 tot 24 april 1874.
- "Atjeh 1873-1876"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de jaren 1874-1876.
- "Samalangan 1877"
Uitgereikt aan hen, die hebbem deelgenomen aan de Samalang-expeditie in de periode van 8 augustus tot 20 oktober 1877.
- "Atjeh 1873-1880"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de jaren 1877-1880.
- "Atjeh 1873-1885"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de jaren 1881-1885.
- "Atjeh 1873-1890"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de jaren 1885-1890.
- "Tamiang 1893"
- "Atjeh 1873-1896"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de jaren 1891-1896.
- "Atjeh 1896-1900"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de gevechten in Atjeh en Onderhoorigheden in de periode van 29 maart 1896 tot eind 1900.
- "Korintji 1903"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op Korintji in de periode van 29 mei tot 18 september 1903.
- "Djambi 1901-1904"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op Djambi in de periode van 18 maart 1901 tot 25 april 1904.
- "Gajö en Alaslanden 1904"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op de Gajö en Alaslanden in de periode van 13 februari tot 23 juli 1904.
- "Atjeh 1901-1905"
- "Midden Sumatra 1903-1907"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expedities in Djambi (27 april 1904 - 1 oktober 1907); in Korintji (18 september 1903 - 1 november 1907); in het Batang-Hari-district (1 Oktober 1905 - 1 oktober 1907); in de Tapanolische Bataklands (1 januari 1905 - 17 juni 1907) and in de Bataklands op de Oostkust van Sumatra (5 september 1904 - 17 juni 1907)
- "Zuid-Celebes 1905-1908"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op Zuid-Celebes in de periode van 28 juli 1905 tot 19 mei 1908.
- "Flores 1907-1908"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op Flores in de periode van 9 augustus 1907 tot eind februari 1908.
- "Kleine Soenda-eilanden 1905-1909"
Uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expedities in Bali (14 september - 27 oktober 1906); in Bali (27 april - 2 mei 1908); in Timor (30 augustus 1905 - 1 maart 1908); in Soemba (10 maart 1906 - 15 december 1909); in Soembawa (17 februari - 14 april 1908) en in Flores (1 maart 1908 - 1 oktober 1909).
- "Atjeh 1906-1910"
- "Atjeh 1911-’14"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 10 van 6 februari 1929 en uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie in het Gouvernement Atjeh en Onderhoorigheden gedurende de jaren 1911 tot en met 1914.
- "W.afd.Borneo 1912-1914"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 10 van 6 februari 1929 en uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie in de residentie Wester-Afdeeling van Borneo gedurende de jaren 1912 tot en met 1914.
- "N.Guinea 1907-1915"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 10 van 6 februari 1929 en uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie op het eiland Nieuw-Guinea gedurende de jaren 1907 tot en met 1915.
- "Ceram 1915"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 10 van 6 februari 1929 en uitgereikt aan hen, die dienst hebben gedaan tijdens de onrusten op het eiland Ceram in de periode van begin december 1914 tot eind 1915.
- "Timor 1911-1917"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 10 van 6 februari 1929 en uitgereikt aan hen, die hebben deelgenomen aan de expeditie in de residentie Timor en Onderhoorigheden gedurende de jaren 1911 tot en met 1917.
- "W.kust Atjeh 1925-1927"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 36 van 22 mei 1928 en uitgereikt aan hen, die van en met 22 October 1925 tot en met 31 December 1925 in de onderhoorigheden Bakongan van het landschap Kloeët, van en met 1 Maart 1926 tot en met 31 December 1927 in de tijdelijke onderafdeeling Zuidelijke Atjehsche landschappen, en van en met 12 September 1926 tot en met 31 December 1927 in de onderafdeeling Tapa Toean hebben deelgenomen aan de krijgsverrichtingen in die afdelingen van de Westkust van Atjeh.
- "Timor 1942"
Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 7 van 29 oktober 1942 en uitgereikt aan hen, die verscholen in de wouden van Timor, zich in de periode 1941-1942 bezighielden met guerrilla-acties tegen de Japanse bezetter, en aan de leden van de Koninklijke Marine, die de guerrillastrijders uiteindelijk naar Australië evacueerden.





Het lint, 38 millimeter breed, is groen met aan de boorden een acht millimeter brede baan.
Wordt het lint alleen (in batonvorm) gedragen, dan worden gespen aangegeven door middel van gebombeerde achtpuntige zilveren sterren. Maximaal vier van deze sterren mogen op de baton gedragen worden.
Behalve gespen konden er op het lint nog twee andere attributen worden gedragen: de Kroon voor Eervol Vermelden en twee gekruiste sabels ten teken van het behalen van de Eresabel.
Literatuur
Leger Orders 1929 No. 62
Leger Orders 1928 No. 186
"Besluit tot wijziging van de bepaling betreffende het dragen van ridderorden en eereteekenen", Leger Orders 1913, afd. VI, nr. 38
R.M. 1878
"Orders and Decorations of The Netherlands", door H.G. Meijer, C.P. Mulder en B.W. Wagenaar, 1984
"De Nederlandse Ridderorden en Onderscheidingen", door dr. W.F. Bax, 1951